Inleiding
De Romeinen waren bekend om hun opvallende architectuur, waaronder hun prachtige palazziën of ‘Romeinse paleizen’. Deze monumentale gebouwen spelen een belangrijke rol in de Romeinse geschiedenis en cultuur. In deze bijdrage zullen we ingaan op het concept van de Romeinse paleis, zijn ontstaansgeschiedenis en typologie.
De oorsprong en ontwikkeling
Romeinse palazziën waren voornamelijk te speel nu vinden in Italië, waar ze vaak werden gebouwd voor de patricische families als een symbool van hun macht en rijkdom. De eerste Romeinse paleizen kwamen al omstreeks 500 v.Chr. tot stand tijdens het koninkrijk Rome, maar deze waren overwegend eenvoudig in ontwerp en grootte.
Tijdens de republikeinse periode (509-27 v.Chr.) namen de opdrachten voor bouwkunstige projecten toe en werd er steeds meer geld uitgegeven aan het creëren van monumentale gebouwen. De oudste bekende Romeinse paleizen zoals het ‘Regulum’ zijn tijdens deze periode gestart.
Het was echter pas tijdens de keizerlijke periode dat deze type bouwwerken echt tot bloei kwamen en verfijnd werden in hun ontwerp met een meer monumentale karakter. In dit tijdperk, die duurde van 27 v.Chr.-476 n.Chr., werd er veel geld uitgegeven aan architectonisch kunstzinnig projecten zoals de bouw van de keizerlijke paleizen.
Soorten en varianten
Er zijn verschillende soorten Romeinse paleizen die elk hun eigen specifieke kenmerken vertonen. De volgende twee hoofdsoorten worden in deze sectie beschreven:
-
Patricische paleis : Dit type paleis kwam voornamelijk voor in Italië, en was bedoeld als een residentieel gebouw waarin de patriciaanse families met hun familie leefden. De meeste van deze palazzi waren eigendom van wekelijkse keizers.
Het type paleis dat het vaakst werd gebruikt door koningen en later ook door keizers , waren die welke werden gebouwd in de nabijheid van het centrum van een stad of villa. Deze complexen bestonden uit twee delen, namelijk:
-
Domus : Dit was de meest bezochte deel van het paleis en bevatte vele kamers die dienden voor dagelijks gebruik.
Vele domus’ hadden een openbaar gedeelte waarin een atrium (voortuin) werd aangebracht. Ze bestonden uit vier afzonderlijke ruimten:
* **Aedes**: Deze kamer vormde de ingang van het domein en fungeerde vaak als ontvangstkamer. * **Furnus**: Een zolder of kelder met een opslagfunctie. * **Porticus**: Een ruimte bestaande uit meerdere kamers. Ze werden soms geplaatst in het atrium en soms buiten dit gedeelte, wat vooral dienstdoende werd bij de organisatie van feestelijkheden of banquets. * **Thermorum**: Thermes waren gebouwen die voor recreatieve doeleinden werden gebruikt. Deze bestonden uit warme en koude badkamers met opvallend hoge ramen om zonlicht binnen te laten vallen en zo de warmte in het vertrek te behouden.
- Villa : Dit was een type woonst die vaak werd verbouwd tot een grote residentie waarin vanuit twee zijden (twee porticus’) meerdere kamers werden geplaatst, met op elk gedeelte aan de beide zijkanten, respectievelijk een tuin.
Semi-publieke gebouwen
-
-
*Domus**: Ook dit was het residentiele gedeelte van een paleis en bestond uit kamers die werden gebruikt door de families die er woonden. Onder hen waren:
* De slaapkamers (Latijn: Cubiculum) waarin bedden stonden. * **Bath** : In dit gedeelte kwamen mensen vaak om te baden en soms ook voor andere doeleinden zoals een kletssessie. Er werden geen thermostaten toegepast die de temperatuur van het heet- en koudebad bepaalden, omdat ze meestal waren verbonden met de verwarmingstekort in het land. * **Huishoudelijk vertrek** : Hier stond een keuken (Latijn: Coquina) dat vaak niet groter was dan 40 vierkante meter. Het had geen enkel raam en bestond voornamelijk uit twee deuren die waren voorzien van een dubbele slagboom. Ze kookten meestal over vuur. * **Porticus**: In dit type gebouw stonden kamers met ramen in drie zijden, waarvan er op twee zijkanten tuinen aanwezig waren.
-
Publieke gebouwen Dit gedeelte van de paleizen was meestal samengesteld uit:
* **Thermorum**: Gebieden bestemd voor recreatieve doeleinden en bevatte badkamers (hot, cold). * **Pools**: Bad-gebouwen met zwembaden, waarin water om op te drijven werd gebruikt. **Semi-publieke gebouwen**
-
Domus : Ook dit was het residentiele gedeelte van een paleis en bestond uit kamers die werden gebruikt door de families die er woonden. Onder hen waren: Slaapkamers (Latijn: Cubiculum) waarin bedden stonden.
* **Bath** : In dit gedeelte kwamen mensen vaak om te baden en soms ook voor andere doeleinden zoals een kletssessie. Er werden geen thermostaten toegepast die de temperatuur van het heet- en koudebad bepaalden, omdat ze meestal waren verbonden met de verwarmingstekort in het land.
-
Huishoudelijk vertrek : Hier stond een keuken (Latijn: Coquina) dat vaak niet groter was dan 40 vierkante meter. Het had geen enkel raam en bestond voornamelijk uit twee deuren die waren voorzien van een dubbele slagboom. Ze kookten meestal over vuur.
-
Porticus : In dit type gebouw stonden kamers met ramen in drie zijden, waarvan er op twee zijkanten tuinen aanwezig waren.
-
Conclusie
Romeinse palazziën werden steeds verder ontwikkeld vanaf de republikeinse periode tot keizerlijke tijd. Patricische paleizen waren overwegend te vinden in Italië, met vaak een centrale atrium. Ze bestonden uit meerdere kamers die dienden voor dagelijks gebruik, zoals slaapvertrekken, huishoudelijke ruimten en thermostaten. Semi-publieke gebouwen waren residentiele deeltjes van paleizen en bevatte onder andere domus of villa.
